amateurkunsten in Vlaanderen

- een grootschalig onderzoek

Dit doet me wat


In Vlaanderen doet bijna de helft van de +14-jarigen aan amateurkunsten. Wie zijn deze beoefenaars? Waarmee zijn ze bezig? Wat zijn hun grootste noden en hoe worden ze daarin ondersteund? En welke impact hebben amateurkunsten op ons en onze samenleving?

Onderzoekers van de vakgroep Sociologie van UGent voerden in 2019 een grootschalig bevolkingsonderzoek naar amateurkunsten in Vlaanderen. Het is een vervolg op een eerdere studie uit 2008. OP/TIL en De Federatie bundelden de resultaten in de publicatie DIT DOET ME WAT – Amateurkunsten in Vlaanderen en voegden daar verhalen en getuigenissen uit de praktijk aan toe.

Op deze website gidsen we jou, met behulp van getuigenissen van amateurkunstenaars, door de verschillende thema’s in de publicatie en de bijhorende onderzoeksresultaten. Je kan de rapporten van de hele studie of aparte hoofdstukken ook downloaden.

1. In Kaart

Hier krijg je een algemeen beeld van amateurkunsten in Vlaanderen. Wat is er veranderd na 10 jaar? En hoe professioneel werken onze amateurkunstenaars?

2. Ontmoeten

Maak nader kennis met de amateurkunstenbeoefenaars. Waarom doen ze eigenlijk aan amateurkunsten? En welke drempels ervaren mensen soms?

3. Ontplooien

Hoe doen amateurskunstenaars aan talentontwikkeling? Is het belangrijk voor hen dat ze zich kunnen ontplooien? En welke ondersteuning krijgen ze dan?

4. Verbinden

Welke rol spelen amateurkunsten binnen het brede Vlaamse cultuurdomein? En in de samenleving? Hoe gaan verenigingen daarbij te werk?

5. Bereiken

Welke impact hebben amateurkunsten op ons leven? Wat steken alle beoefenaars er in en wat halen ze eruit? En hoe vernieuwend zijn onze amateurkunsten?

1. In Kaart


Amateurkunsten zitten duidelijk in de lift. Maar liefst 44% van de Vlamingen ouder dan 14 jaar doet aan amateurkunsten. Dat is een stijging van meer dan 7% sinds 2008. Méér dan 2 miljoen Vlamingen beoefenden de afgelopen 6 maanden amateurkunsten. En die creatievelingen houden het vaak niet bij één activiteit. Dat muziek en zang vaak gecombineerd worden, is logisch. Dat beoefenaars van beeldende kunst ook vaak dansen en/of schrijven, is allicht minder bekend.

Zo zijn er de dansende heren van compagnie De Genoten. Zij zagen hun vereniging niet alleen groeien de voorbije 12 jaar, maar zijn ook professioneler gaan werken. Een herkenbaar verhaal voor veel amateurkunstenaars!

Enkele opvallende cijfers

We zien een toename met maar liefst 10% van de ‘occasionele beoefenaars’, mensen die in de voorbije 6 maanden éénmalig één of meerdere creatieve activiteit deden.

Bij de ‘frequente beoefenaars’ - mensen die ofwel wekelijks creatief actief zijn of meerdere activiteiten per maand combineren – stellen we globaal een lichte daling van 3% vast.

De algemene stijging van het aantal amateurkunstbeoefenaars tot 44% van de bevolking is dus vooral toe te schrijven aan de groei van het aantal occasionele beoefenaars.

Regionale verschillen?

In Antwerpen en Oost-Vlaanderen doet respectievelijk 47,9% en 45,3% van de inwoners aan amateurkunsten, in de overige provincies schommelt dit rond de 42%.

  • Antwerpen telt 895.600 amateurkunstenbeoefenaars of 47,9% van de inwoners
  • Vlaams-Brabant: 485.454 of 42%
  • West-Vlaanderen: 497.191 of 41,4%
  • Oost-Vlaanderen: 690.940 of 45,3%
  • Limburg: 366.740 of 41,8%

Amateurkunstenaars aan het woord

Wat is er veranderd in 10 jaar tijd?

Wordt er professioneler gewerkt?

2. Ontmoeten


Wat voor iemand is die Vlaamse amateurkunstenaar nu? Aangezien bijna de helft van de +14-jarigen aan amateurkunsten doet, gaat het uiteraard om een heel divers publiek. Toch is er volgens het onderzoek wel wat veranderd sinds 2010.

De grootste stijging is te zien bij de 65-plussers en de 18- tot 34-jarigen. Voor alle disciplines blijkt dat de jongste generatie respondenten – tussen 15 en 40 jaar – het meest amateurkunsten beoefenen.

Het zijn vooral de inwoners van grote steden zoals Gent of Antwerpen die aan amateurkunsten doen, hoewel de bewoners van centrumsteden met een aanzienlijke stijging van 33% in 2008 naar 48% in 2019 aan een opmerkelijke inhaalbeweging bezig zijn.

Seniorenslam is zelfs een amateurkunstenproject dat jong en oud(er) samenbrengt rond één zelfde passie: slam, rap en podiumpoëzie.

Enkele opvallende cijfers

De grootste stijging is te zien bij de 65-plussers en de 18- tot 34-jarigen. In de centrumsteden zien we een aanzienlijke stijging van 33% in 2008 naar 48% in 2019. De kloof met grootstedelijke omgevingen – waar nog steeds meest mensen wonen die ooit amateurkunsten deden – wordt zo een pak kleiner.


Eén van de belangrijkste voorspellers of iemand al dan niet amateurkunstenaar wordt, is het gezin van herkomst. 63% van de beoefenaars met ouders die ooit aan amateurkunsten deden, beoefent momenteel ook een creatieve hobby. Waren de ouders geen amateurkunstenaars, dan is dat maar 34%.


Voor alle disciplines blijkt dat de jongste generatie respondenten – tussen 15 en 40 jaar – het meest amateurkunsten beoefenen. Dat doen ze tijdens elke leeftijdsfase, maar de piek ligt op jonge leeftijd, namelijk tussen 6 en 18 jaar.

Waarom doen ze aan amateurkunsten?

Ontspanning is de belangrijkste beweegreden om met een creatieve hobby te starten. Ook persoonlijke en sociale motieven spelen een grote rol, terwijl maar een minderheid eerder professionele ambities heeft.

De ledenbevraging bij de negen landelijke organisaties toont een enigszins ander plaatje. Ook hier scoren de ontspanningsmotieven hoog, maar primeren persoonlijke motieven zoals iets bijleren, iets moois maken,… Leden van sommige landelijke amateurkunstenorganisaties blijken wat vaker ook professionele motieven te hebben.

Amateurkunstenaars aan het woord

Wie is de amateurkunstenaar?

Drempels om aan amateurkunsten te doen

3. Ontplooien


Veel amateurkunstaars willen graag bijleren en iets moois maken. Maar hoe ‘goed’ vinden de amateurkunstenaars zichzelf al? Welk ‘niveau’ hebben ze en hoe schatten ze hun ‘professionaliteit’ in?

Wij vroegen het aan Hans en Reinhard: twee professionele dirigenten van de vier koren van Cantores in Brugge.

Enkele opvallende cijfers

De gemiddelde beoefenaar ziet zichzelf als ergens tussen ‘beginner’ en ‘gevorderde’ in.


De tevredenheid over de omkadering is best groot, maar toch blijven er enkele noden bestaan. Terwijl cursussen en vormingen aan populariteit winnen, blijft 1 op de 5 beoefenaars vragen om een uitbreiding van het aanbod.


Eenzelfde aantal vraagt meer ondersteuning aan hun eigen stad of gemeente. Beide vragen klinken iets luider in de grootsteden en in centrumsteden dan in minder verstedelijkt gebied. Vooral in de grootsteden is er ook hoge nood aan meer en betere toegang tot infrastructuur zoals repetitieruimtes en ateliers.

Amateurkunstenaars aan het woord

Waarom doen mensen aan amateurkunsten?

Wat doen amateurkunsten met ons?

4. Verbinden


Amateurkunsten verbinden beoefenaars over generaties en disciplines heen, maar leggen ook links naar andere sectoren, zoals kunsten en erfgoed, (deeltijds kunst)onderwijs, sociaal-cultureel werk, welzijn en zorg, de jeugdsector,…. Amateurkunsten nemen binnen het brede cultuurveld een centrale plaats in. Bovendien vinden amateurkunsten zowel op lokaal, bovenlokaal als op internationaal niveau plaats.

Hoe fotografen zich verbonden konden voelen tijdens de Coronalockdown of hoe muzikanten een band kunnen leggen met een heel breed publiek tonen we met het project Inside/Out en via een gesprek met muzikant Geert Vanmaeckelberghe.

Enkele opvallende cijfers

Amateurkunstenaars leren een leven lang: tijdens vormingen en cursussen binnen of buiten het deeltijds kunstonderwijs of binnen de vereniging waarin ze actief zijn.


Voor alle disciplines stijgt het aantal beoefenaars dat ooit les volgde in het deeltijds kunstonderwijs van 21% in 2008 naar 27% in 2019.


Kijken we naar het aantal mensen die hun creatieve hobby in georganiseerd verband uitoefenden, hetzij in het DKO, hetzij in de vorm van andere lessen, hetzij in een club of vereniging, dan zien we voor bijna alle disciplines een stijging.

Amateurkunstenaars aan het woord

Wie zit in het publiek?

Hoe werken amateurkunsten samen?

5. Bereiken


De impact van amateurkunsten gaat verder dan de beoefenaars en hun publiek. Amateurkunsten spelen een rol in het brede cultuurlandschap in Vlaanderen.

Een amateurkunstenaar neemt gemiddeld maar liefst 11% vaker deel aan allerlei culturele activiteiten dan een niet-amateurkunstenaar. Zo gaan ze beduidend vaker naar de bioscoop of een concert. Maar musea- en bibliotheekbezoeken spannen de kroon, want amateurkunstenaars bezoeken maar liefst dubbel zo vaak musea en bibliotheken! Met andere woorden: wie aan actieve cultuurparticipatie doet, doet ook vaker aan receptieve cultuurparticipatie.

Gezelschap Mals Vlees uit Beringen slaagt er zelfs in om mensen uit kansengroepen in contact te laten komen met theater.

De impact van amateurkunsten

Niet alleen werken amateurkunsten drempelverlagend voor receptieve cultuurparticipatie. Het valt ook op dat factoren als onderwijsniveau, gezinsachtergrond en financiële situatie minder invloed hebben op de actieve cultuurparticipatie (zoals bezig zijn met beeldende kunst) dan op de passieve participatie (zoals museumbezoek). De drempel om aan amateurkunsten te doen, lijkt dus kleiner dan die om aan passieve cultuurparticipatie te doen.

Bovendien staan amateurkunstenbeoefenaars positiever tegenover kunst- en cultuurondersteuning en -beleid in het algemeen, zelfs meer nog dan in 2008.

Amateurkunstenaars aan het woord

De relevantie van amateurkunsten

Welke noden hebben amateurkunstenaars?

round

Conclusies


De onderzoeksresultaten tonen aan dat amateurkunsten een centrale plaats hebben in het Vlaamse cultuurlandschap. Lore Goovaerts, verantwoordelijke voor amateurkunsten bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media, en Elke Verhaeghe die vroeger bij het Forum voor Amateurkunsten werkte en vandaag bij De Federatie, laten in de publicatie hun licht schijnen op het bevolkingsonderzoek.

  • 44% van de Vlamingen is amateurkunstenaar = meer dan 2 miljoen beoefenaars
  • Deze trend zal zich nog doorzetten, want vooral de jongste en de oudste leeftijdsgroepen stijgen
  • De stijging zit vooral bij de occasionele beoefenaars Persoonlijke motieven en ontspanning zijn de belangrijkste motieven om aan amateurkunsten te doen
  • 1 op de 5 vraagt om meer cursussen en vormingen, vooral in de grootsteden en centrumsteden
  • 1 op de 5 vraagt meer ondersteuning van stad of gemeente, vooral in de grootsteden en centrumstedenIn de grootsteden vraagt
  • 1 op de 5 meer of betere toegang tot infrastructuur
  • Amateurkunstenaars doen vaker aan passieve cultuurparticipatie en staan positiever tegenover kunst- en cultuurbeleid in het algemeen.

Volg De Federatie op sociale media: