FORUM   VOOR
AMATEURKUNSTEN

Samenwerking DKO en AK. Overheidsambitie, maar wat leert de praktijk? VUB-Student Educational Sciences zocht het uit.

Op 1 september 2018 treedt het nieuwe decreet deeltijds kunstonderwijs in werking. Eén van de ambities van de overheid is de band met amateurkunsten sterker aanhalen. Maar hoe verloopt deze wisselwerking in de praktijk en met welke factoren moet je rekening houden om te spreken van een geslaagde opzet? Michiel Bolliou, Student Educational Science aan de VUB, stelde de vraag aan 21 Oost-Vlaamse academies. Zijn bevindingen lees je hier.

Er zijn veel manieren van samenwerking, stelt Bolliou: cooperation, coordination en collaboration. Collaboration is de meest intensieve werkwijze. Een meerderheid van de academies laat zich echter kenmerken door cooperation, de minst doorgedreven vorm.


Nochtans is er veel goodwill om de hand te reiken naar de amateurkunsten. Maar bijna geen enkele academie heeft een uitgeschreven visienota als het op samenwerking met lokale kunstenaars aankomt. Laat staan concrete samenwerkingscontracten (de alternatieve leercontext even buiten beschouwing gelaten). Hoe academies afstemming precies zien of hoe ze dit willen afbakenen blijft dus een grijze zone.


Idem van overheidswege. Waarom Vlaanderen de wisselwerking zo sterk ambieert, hoe ze daar zelf concreet vorm wil aan geven of welke intensiegraad wordt beoogd (moet er bv. progressie merkbaar zijn in de loop der jaren?) staat nergens beschreven. Bijgevolg doet elke onderwijsinstelling het op zijn eigen manier, vaak ad hoc en spontaan.


Partnerships lonen wel. Bolliou detecteert zowel winst voor de academie, als voor de student als  de lokale gemeenschap. 


Tips die leiden tot een optimale samenwerking:



  1. Creëer een win-win zodat beide partners voordeel halen uit de samenwerking.

  2. Wederzijds respect is nodig, in het bijzonder voor elkaars eigenheden.

  3. Een gedeelde visie en bij naam genoemde doelstellingen helpen om koers te houden.

  4. Vertrouwen geven en winnen is van cruciaal belang en basis voor verder succes.

  5. Evalueer de resultaten en tracht de impact van samenwerking in kaart te brengen.

  6. Duidelijke afspraken en spelregels ('contracten') verhogen de transparantie.

  7. Selectiecriteria 'met welke partners in zee gaan' bieden een kader.

  8. Communiceer regelmatig en helder, formeel maar ook informeel.

  9. Betrek externen die opportuniteiten zien, bemiddelen en adviseren.

  10. Open houding, netwerkskills en leiding geven, zijn waardevolle competenties in deze.

  11. Gedeelde ruimte bevordert spontaan contact.


Meer weten over deze onderzoeksvragen?



  • Waar moeten academies die willen samenwerken met amateurkunstenaars rekening mee houden?

  • Wat zijn de noden en wensen bij het ontwikkelen van een samenwerking?

  • Welke voordelen willen beide partijen bereiken met hun samenwerking?

  • Welke triggers en drempels bestaan er rond het samenwerken met AK?

  • Welke aspecten dragen bij tot een succesvolle samenwerking?


Je vindt de masterscriptie in bijlage.


 

FORUM
Abrahamstraat 13 9000 Gent
T 09/235 40 00  
VOOR
AMATEURKUNSTEN