FORUM   VOOR
AMATEURKUNSTEN

Amateurkunsten en cultuurcentra: een gouden duo?!

In 2010 vond de studiedag 'Amateurkunsten in Huis' plaats. In navolging hiervan schreef het Forum voor Amateurkunsten een warm pleidooi over waarom amateurkunstenaars tot het DNA van elk cultuur-of gemeenschapscentrum moeten behoren. Verder behelst het artikel een brok inspiratie voor wie de theorie in praktijk wil omzetten.

Wie een diagonale lezing onderneemt van het Europees cultuurcompendium (een uitgebreide online documentatie uitgaande van Council of Europe waarin 44 Europese landen beschrijven hoe hun cultuurbeleid eruit ziet en welke de voornaamste participatiecijfers zijn) zal vaststellen dat "cultural centers" steevast samen met de "amateur arts" worden beschreven. In landen als Letland, Litouwen en Slovakije vormen cultuurcentra zelfs dé spil van ondersteuning voor amateurkunsten en zijn de amateurkunsten het hart, de longen en de nieren van het centrum. Als je met hun beleidsmakers in gesprek gaat en vraagt of de samenwerking tussen cultuurcentra en amateurkunsten goed verloopt, worden wenkbrauwen gefronst en kijken ze je aan met een blik die verraadt dat ze dit een wel heel erg domme vraag vinden. "Cultural centers and amateur arts belong together isn't it". En toch, in Vlaanderen blijkt deze vraag niet zo dom. Er zijn centra die op schitterende wijze een wisselwerking opzetten met amateurkunsten, maar er zijn evengoed centra die (helaas) amateurkunstenaars liever niet over de vloer krijgen. Hier worden dan redenen aangehaald als "hoe kunnen we dan kwaliteit borgen" "er is geen plaats voor hen" of "ze zijn te tijdsintensief",... Deze kunnen als redelijke argumenten klinken, maar toch: een cultuur- of gemeenschapscentrum hoort toch in het midden van de cultuurbeleving van de gemeente of regio te staan? Elk centrum zou net dé plek moeten zijn waar cultuur gecreëerd en gepresenteerd wordt, zowel door professionele als door amateurkunstenaars?


In de werking van de cultuurcentra zit, zoals in alle andere cultuurdomeinen, een evolutie. Waar ze eerst gebouwd werden met een gelijkaardige visie als in bovenvermelde landen en eigenlijk zelfs meer als kern van het sociaal-cultureel werk, evolueerden velen onder hen naar instellingen die zich ei zo na als kunstencentrum profileren. Nu lijkt het tijdperk aangebroken dat de slinger weer tussen deze twee kan bewegen en dat de centra een plek zijn waar zowel gecreëerd als gepresenteerd kan worden uit zowel het professionele als het amateurkunstenveld.


De cultuur- en  gemeenschapscentra samen vormen het grootste podium van Vlaanderen, maar ze zijn ook meer dan dat. Nemen de Vlaamse cultuur-en gemeenschapscentra voldoende hun rol op ten aanzien van de actieve cultuurparticipant? Staan de deuren open voor diegenen die zelf willen komen creëren, repeteren en presenteren? Het blijkt dat niet op al deze vragen volmondig ‘ja' kan worden geantwoord. Uit de cijfers omtrent de programmatie van de cultuurcentra (verzameld en ontsloten door het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk van de Vlaamse overheid) blijkt dat er (afhankelijk van de categorie) slechts tussen de 4% en de 7% van de eigen activiteiten bestaat uit amateurkunsten, terwijl dat bij de receptieve activiteiten 65% is, wat wil zeggen dat de amateurkunstenaars de zaal wel huren, maar dat de centra zelf ze niet actief programmeren.


We willen hier natuurlijk niet alle druk op de schouders van de centra leggen. Er zijn nog andere belangrijke actoren ter ondersteuning van de amateurkunsten. Om het met een citaat uit een debat te zeggen: "De realiteit van samenwerken is er vaak één van vallen en opstaan omdat beide partijen niet altijd voldoen aan elkaars verwachtingen. De middelen en mensen in CC zijn beperkt en amateurkunstenaars willen dikwijls vooral ‘hun ding' doen, los van strikte kaders. Cultuurcentra alléén zijn niet zaligmakend om tegemoet te komen aan allerlei noden van de amateurkunstenaars. Idealiter is het hele lokale cultuurbeleid (deeltijds kunstonderwijs, bibliotheek, logistieke diensten, enz.) afgestemd op amateurkunsten." Bernard Soenens, directeur OPENDOEK tijdens het panelgesprek op de studiedag "Amateurkunsten in huis", 8 september 2010.


Tot zover de intro van het artikel van Kaat Peeters.
Het volledige artikel kan je hiernaast downloaden en gaat nog dieper in op:



  • Besprekingen nav de studiedag 2010

  • Het belang van het ‘amateurkunstengen' ofte het belang van de actieve cultuurparticipant

  • Who's afraid of de amateurkunstenaar?
    Op welke manieren kan je helpen (als gemeenschaps- of cultuurcentrum)
    Enkele inspirerende voorbeelden met amateurkunsten in het DNA
    De negen landelijke amateurkunstenorganisaties: interessante partners!

FORUM
Abrahamstraat 13 9000 Gent
T 09/235 40 00  
VOOR
AMATEURKUNSTEN